Categoriearchief: Blog

Uilen

Vogels te kust en te keur in onze regio, maar uilen had ik nooit eerder gespot. Sowieso is de uil een vogelsoort die ik maar weinig had gezien. Eigenlijk vooral als opgezet exemplaar in natuurmusea en dergelijke. En op vakantie hoorde je in het buitenland nog wel eens de nachtelijke roep van de dwergooruil, maar het beest onttrok zich aan iedere waarneming.

Tot begin dit jaar een ransuil langdurig zijn intrek nam in de rode prunus in onze achtertuin, waar hij een tijd lang zijn roestplek had. Er zitten meer uilen in onze wijk – we zien ze sedertdien in de late avondschemering ook wel rondvliegen, maar je kunt in het schemerduister amper vaststellen wat voor uil het is. Meer recent zagen we ook een velduil in onze boom, die wat onhandig langs de takken scharrelde. Zo te zien een jong exemplaar. Kennelijk nestelen ze dus ook in Camminghaburen. Of het recent geopende natuurleerpad Camminghaburen hier invloed op heeft gehad weet ik niet, Er staat o.a. een informatief bordje over ransuilen – en sinds dat bord er staat zie ik ook uilen in onze buurt.

Share

Een trip door Italië

Wij waren dus in april en mei met de camper door Italië. Helemaal naar Puglia, de ‘hak’ van de Italiaanse laars zeg maar. Een voordeel, of nadeel, is dat je dan in ruim vier weken heel veel plaatsen kunt aandoen. Het nadeel is dat een gedetailleerde reisbeschrijving dan eerder slaapverwekkend dan interessant is. Daarom, per plaats die we bezocht hebben, een foto (of twee, onderaan deze pagina) met een heel kort verhaaltje. Ik heb getracht de camera te richten op andere zaken dan de bekende publiekstrekkers. En camperen in Italië is best leuk – er zijn aardig wat gratis camperplaatsen en in Italië is er in elke (nou ja bijna elke) stad wel een bezienswaardigheid. 

Bergamo

Van Como naar Bergamo zonder tolwegen is een bezoeking door druk stedelijk gebied. De oude stad (Citta Alta) is bezienswaardig. Heuvelachtig. Er is onder meer een funiculaire naar Castello San Vigilio, met mooi uitzicht over de stad, en een mooie kleine botanische tuin.

Verona

Mooie stad, maar wel een soort toeristenval. Romeinse overblijfselen, waaronder stadspoort en amfitheater. Het balkon van Julia (van Romeo) is alleen tegen betaling te zien – en het is trouwens tóch een nepding, aldus de gidsjes, omdat Shakespeare het verhaal volledig heeft verzonnen. Beter overslaan dus.

Dozza

Pittoresk dorpje, in de publieke ruimte verfraaid met groot aantal muurschilderingen van hedendaagse kunstenaars. Maar, op een grijze dinsdagmiddag in april is Dozza ook behoorlijk uitgestorven.

Spoleto

Een aardig plaatsje met Romeinse en middeleeuwse overblijfselen, en met onder andere roltrappen om het heuvelige stadje gemakkelijker te bekijken.

Alba Fucens

Alba Fucens, een Romeinse opgraving min of meer in de middle of nowhere. We zijn de enige bezoekers. Amfitheater, resten van de Romeinse stad, kerkje met elementen van Apollotempel. De gidsjes noemen het ‘Klein Pompeii’ maar dat is wel wat overdreven.

Miranda

Gratis camperplaats, een voormalige camping met eenvoudige voorzieningen en gratis stroom. Geen uitzinnige bezienswaardigheden, wel een heel vriendelijk en pittoresk dorpje.

Carpinone

Vriendelijk dorpje, geschikt voor een fijne wandeling, zeiden ze. Maar door ongelukkige bewegwijzering word je letterlijk het bos in gestuurd.

Barletta

Camperparkeerplaats aan zee. ’s Avonds veel autoverkeer van mensen die vanuit de auto de zee bekijken, veelal onder het ‘genot’ van een sigaret of vape.

Bari

De oude binnenstad is onder andere beroemd om pastamakende dames en de Sint Nicolaasbasiliek. De handgemaakte pasta (Orecchiette, ‘oortjespasta’) is erg lekker; de huisvlijt is een toeristentrekker. Voor de huisdeuren van een pittoresk straatje maken dames deze pasta, die ter plekke wordt gesneden, gedroogd, en verkocht. De relieken van Sint Nicolaas, de beschermheilige van Rusland, trekken heel wat bezoekers uit Oost-Europa. Afbeeldingen van de goede Sint in Bari zijn toch wel anders dan ons beeld van Sinterklaas.

Monopoli

Leuk havenstadje, waar (o.a.) een plaatselijke variant van het Monopolyspel wordt verkocht. Mooie kerk met veel marmer, en  een in veel schilderijen vastgelegde legende hoe een Maria-icoon samen met voor de bouw van de kerk benodigde balken geheel spontaan de haven in kwam drijven. Het icoon heeft er een ereplaatsje.

Alberobello

Honderden trulli (traditionele huisjes met kegelvormig stenen dak), wel wat toeristisch want veelal in gebruik als toeristenverblijf, als souvenirwinkel of bar/restaurant. Niettemin biedt het stadje een vrij wonderlijke indruk door deze bijzondere bouwwijze.

Locorotondo

Leuk stadje met veel kleine steegjes en doorkijkjes. Kerken met erg lelijke beelden. En veel trulli.

Sisto

Minuscuul dorpje met een forse parkeerplaats waar je gratis mag camperen. Trulli in deze landelijke omgeving. In een aantal gevallen staan ze leeg en kun je zonder problemen binnen kijken.

Matera

Een stad die bekend is om zijn Sassi – wijken van grotwoningen op een helling naast een ravijn. Charmante toeristenval met veel trappetjes, vergezichten, horeca, verkoop van toegangskaartjes en souvenirs. In een enkel geval is de grotwoning ingericht naar de situatie van eind 19e eeuw, waarbij mensen en vee de woonruimte deelden.

Cancellara

Bergdorp dat alleen via bijzonder slechte bergwegen bereikbaar is. De camperplaats is een sfeerloze parkeerplaats naast een deprimerende sporthal, maar de plaatselijke pizzeria maakt veel goed.

Pietragalla

Bekend om palmenti, een soort ‘hobbithuisjes’ die in het verleden werden gebruikt voor wijnproductie.

Paestum

Niet te missen: de allermooiste Griekse tempels en een prachtig museum.

Volturara Irpina

Een vrij nondescript bergdorpje met een wat krakkemikkige camperplaats, waar dan weer wel de plaatselijke schaapskudde langskwam, compleet met bellen.

Benevento

Onder meer een zeer goed bewaarde Romeinse triomfboog, maar ook een obelisk uit een verdwenen Isistempel, een Romeins theater en her in der in de straten zichtbare Romeinse bouwelementen. Prettige stad met verkeersluw centrum.

Mignano Monte Lungo

Een camper(gedoog-)plek op een heuveltop met prachtig uitzicht, bij een Mariabeeld dat onderdeel uitmaakt van een militair monument.

Borghetto

Gehucht aan het Meer van Trasimeno. De camperplaats is nogal vervallen; de oever van het meer is ter plekke een moerassig rietland. Veel vogelzang (nachtegaal).

Siena

We waren hier vijftig jaar eerder. Er is weinig veranderd, zij het dat bezienswaardigheden nu forse toegangsprijzen vragen. Een mooie, maar erg heuvelachtige stad.

Roffia (San Miniato)

Campergedoogplaats in de natuur aan het eind van een hobbelig landweggetje. Erg rustig – wandelaars en vogels. Wandelgebied.

Collodi

Met kleinkinderen, zoon en schoondochter bezoek aan smoordruk Pinocchiopark. Deels wat sleets pretpark rond de verhalen van Pinokkio. Antieke kermisattracties die het niet meer doen, maar wel met een bordje erbij ‘leuk voor de foto’. De avonturenbaan met zipline valt bij de kleinkinderen zeer in de smaak. Barokke tuin met vlinderkas.

Pistoia

Compacte stad met veel bezienswaardigheden, onder meer ‘ziekenhuismuseum’ met bezichtiging piepklein anatomisch theater met deskundige uitleg. Aanrader. (We hebben Pisa overgeslagen. De berichten over de camperparkeerplaats van Pisa op de app waren op zijn minst alarmerend te noemen voor wat betreft het aantal inbraken in campers. Wij zoeken dat dus maar liever niet op, en we hebben in Leeuwarden trouwens ook een scheve toren…)

Silla

Niet heel bezienswaardig, maar een camperplaats vlak naast een oude F104-Starfighter die in een stadsparkje is opgesteld zie je ook niet elke dag.

Marzabotto

Camperen op de parkeerplaats bij het station. Van daar af met de trein naar Bologna.

Bologna

Bologna. Veel straten met galerijen. Mooie kathedraal , twee scheve middeleeuwse torens, die ooit dienden ter verdediging en als statussymbool. Adellijke families boden tegen elkaar op ‘wie de langste had’. De Torre degli Asinelli is 97,2 meter en staat 1,3 meter uit het lood. De Torre Garisenda, daar pal naast, is al in de middeleeuwen voor een groot deel afgebroken wegens bouwvalligheid. Het restant van de toren is 48,16 meter hoog en staat 3,22 meter uit het lood. Er zijn plannen voor renovatie / versterking van de Torre Garisenda. Er staan bouwhekken omheen: gemaakt van fikse stalen H-balken, stalen platen en stalen netten van het soort dat in berggebieden gebruikt wordt om vallend gesteente op te vangen. Alsof die ene toren toch ieder moment kan omvallen. Daar ziet-ie in ieder geval wel naar uit.

Modena

Mooie stad in terracotta-kleuren, één scheve toren en verrassend fraaie Romaanse kathedraal.

Cremona

Stadsbezoek was voor ons wat teleurstellend: zowat alles is dicht en de bezienswaardigheden zijn peperduur en/of vallen tegen. Er zijn wel verbazend veel vioolbouwers in de stad van Stradivarius. En ze hadden er noga.

Monticelli d’Ongina

Verrassend dorpje met onder meer een in vervallen staat verkerend en daardoor erg pittoresk kasteel.

Cassina de Pecchi

Camperen op een parkeerplaats. De stad is niet heel bijzonder, tenzij je van de brutalistische architectuur van het metrostation houdt.

Share

Invasieve exoot

Wij hebben een hele reeks nestkastjes in onze tuin en soms maken daadwerkelijk nestelende vogels gebruik van deze huisvesting. Toen we in mei terugkwamen van een reis door Italië keken we in één van de kastjes (zo een met een spiegel in het deksel) of er ook eitjes of jonge meesje te zien waren.

Nee dus.

Wel een wespennest, overigens toen nog zonder zichtbare aanwezigheid van een of meer wespen.

Gelukkig bestaat de wespenstichting, die zich onder meer beijvert in het bestrijden van onzinverhalen over wespen, en die kun je om advies vragen. Een ‘embryonest’, constateerde de wespenconsulent op basis van de foto’s. ‘Meestal lopen die op niets uit. Wacht maar even af.’

Een paar dagen later constateerde ik de aanwezigheid van een joekel van een wesp van een mij onbekende soort. ‘De geelpoothoornaar alias de Aziatische hoornaar,’ determineerde de wespenconsulent. ‘Deze wespensoort is niet inheems en momenteel nog vrij zeldzaam in Friesland dus je mag spreken van een vrij bijzondere ontdekking.’ In Leeuwarden bleek eerder één exemplaar te zijn gespot, in een parkje op een steenworp van ons huis. De Wespenstichting verwees door naar waarneming.nl.

De geelpoothoornaar, als invasieve exoot, ligt vooral heel slecht bij imkers, want deze hoornaar heeft het onder andere gemunt op honingbijen, en is volgens EU-verordening 1143/2014 een mogelijke bedreiging voor de biodiversiteit. Voor mensen is het insect ongeveer net zo gevaarlijk als de gewone wesp, dus vrijwel niet (tenzij je allergisch bent). Maar er wordt nogal wat desinformatie verspreid…

Ik kon vaststellen dat het inderdaad een embryonest was: één koningin; de werksters waren gelukkig nog niet uit hun cocon gekropen.

Er zijn allerlei adviezen hoe deze hoornaar in dit stadium te bestrijden, variërend van ‘niet zelf doen’ tot uitgebreide instructies. Ik besloot het nestkastje zorgvuldig dicht te plakken met ducttape, met hoornaarkoningin en al. Een verblijf van 24 uur in de diepvries, aldus het advies van de consulent van het meldpunt Aziatische hoornaar, zou afdoende moeten zijn om déze hoornaarkoningin en haar gebroed zonder gif naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Dus het nestkastje ging met wespennest, hoornaar en al in een hermetisch gesloten vuilniszak in de diepvries…

Na een dag bij -18 graden bleek de hoornaar samen met haar nageslacht inderdaad het loodje te hebben gelegd en het mooie papieren nestje was goeddeels in de vrieskou verpulverd.

Imkers in onze omgeving kunnen vooreerst gerust ademhalen.

Share

Een weekje naar Parijs

Met Klaverjasclub Schoppen Negen in gedachten gingen we een weekje naar Parijs. Dit keer niet met onze camper – het lijkt me geen lolletje om met dat ding over de Boulevard Péripherique te rijden, laat staan de Place de l’Etoile.

Met de Eurostar dus, de supersnelle trein die zich met snelheden tot 300 km/u door het landschap spoedt. Of eigenlijk vooral op een spoor met heel veel geluidswallen. Alleen in Noord-Frankrijk zie je wat van het landschap, en bij de steden zie je vooral de rommelige grootstedelijke rafelrand die vaak het uitzicht vanaf het spoor vormt. Maar het schiet wel lekker op, in zo’n drie uur van Rotterdam naar Gare du Nord.

Het openbaar vervoer in Parijs is bijzonder efficiënt. Een weekkaart (Navigo-pas) voor metro, regiotrein, tram, bus en meer kost iets meer dan drie tientjes. De oudere metrostations zijn een wirwar van lange gangen en trappen, niet allemaal voorzien van roltrap, dus dat vormde soms een beetje een uitdaging. We hadden op het grote metrostation Châtelet het idee dat we van de trein naar de metro meer dan een kilometer ondergronds hebben afgelegd. Opvallend (zelf niet gebruikt…) een mooi systeem van huurfietsen die echt overal staan, en een dicht netwerk van fietspaden.

Wat we verder gedaan hebben? Je kunt niet alles, maar wel hebben lekker genoten. De Notre Dame, mooi gerestaureerd na de brand. Door de werkzaamheden ziet alles er weer spic en span uit – in mijn herinnering had het interieur van de kathedraal een fraai patina, opgebouwd door eeuwenlange walm van kaarsen en wierook. Maar het ziet er nu uit alsof de kathedraal eergisteren nieuw is opgeleverd. Praktisch gesproken is dat natuurlijk ook wel een beetje zo.

Boekhandel Shakespeare & Co: een fantastisch samenstelsel van oude panden, volgestouwd met heerlijke (vooral Engelse) boeken, van de vloer tot de zolder. Met een leeshoek met oude stoelen en banken waar literatuurliefhebbers op gemak (gratis) kunnen lezen; er is een enorme keuze. Jammer genoeg mocht je binnen niet fotograferen.

Père Lachaise, met in onze ogen bizarre maar bezienswaardige grafmonumenten en te groot om helemaal te bekijken.

‘Te groot’ geldt ook voor het Louvre, waar we zelfs mét reservering een uur in de rij stonden. Een volgepakte zaal met fotograferende toeristen belemmerde het zicht op de Mona Lisa. Verder veel te veel geweldige kunst, en een loopje langs de Assyrische afdeling bleek erg de moeite waard.

Musée d’Orsay was voor ons in ieder geval nieuw – vooral de prachtige collectie Jugendstil sprak aan, en je ziet er in het echt ongeveer alle impressionistische en expressionistische schilderijen die je ook tegenkomt in de betere kunstboeken.

Musée Carnavalet zette ons eerst op het verkeerde been – het bleek niet om een carnavalsmuseum te gaan, maar om de geschiedenis van de stad. Met heel veel artefacten van uithangborden tot schilderijen, maar ook een enorme reeks bijzonder fraaie stijlkamers. Zeer verrassend en zeer de moeite waard. En het is ook nog eens kosteloos toegankelijk.

En verder is Parijs natuurlijk een bijzondere stad met bezienswaardige straatjes, mooie pleintjes, verrassende doorkijkjes, een tot langwerpig park omgekatte oude spoorlijn, leuke winkeltjes en markten, de protserige Champs Elysées. En een rivier waarop we best een rondvaart hadden willen maken, maar door recente regenval stond het water zo hoog dat de rondvaartboten niet onder de bruggen pasten…

Vijf dagen was eigenlijk te kort, maar het was de moeite waard.

Share

Facebook op non-actief

Even een mededeling van algemeen nut: mijn Facebook-account bestaat nog wel, maar wordt niet meer bijgehouden of geüpdatet. Het account staat, wat mij betreft, op non-actief. Ik laat het account nog wel in stand en zal de komende tijd zo veel mogelijk informatie en foto’s verwijderen – al staat er niet heel veel privacygevoelige informatie op.

Mijn accounts van Instagram en Threads, waar ik toch al weinig mee deed, worden verwijderd.

Dus, interpreteer mijn stilte op Facebook niet als desinteresse of als teken dat er iets loos is. Wat er vooral aan de hand is, is een poging mijnerzijds om, waar mogelijk, los te komen van Amerikaanse Big Tech, zeker waar deze techbedrijven aan de leiband van die Trump lijken te lopen.

Contact kan natuurlijk altijd via de contactpagina van mijn website!

Share

Opereren in de bestuurskamer

Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat ik op mijn 69e nog eens mijn debuut zou maken als auteur van een echt boek. Nu heb ik ongeveer mijn hele werkzame leven een belangrijk deel van mijn tijd besteed aan allerlei schrijverij: eindeloos veel artikelen voor personeelsbladen, persberichten, nieuwsbrieven, websiteberichten, brieven en mails enzovoorts.

Ongeveer een jaar geleden vroeg bestuurslid Patrick Vink van Frisius MC me of ik er wat voor voelde om een boek te schrijven over de geschiedenis van de van oorsprong zes ziekenhuizen die sinds 1 januari 2025 samen Frisius MC vormen. Ik hoefde niet lang over mijn ‘ja’ na te denken.

De samenloop van omstandigheden was dat de oudste rechtstreekse voorloper van Frisius MC, het Stadsziekenhuis in Leeuwarden, tweehonderd jaar eerder het licht zag. Een soort jubileumboek dus. Alle medewerkers krijgen het in december 2025 als een extraatje bij hun kerstpakket.

Nu had ik altijd al belangstelling gehad voor de bedrijfsgeschiedenis van (toen nog) MCL, en ik had daar al eerder een filmpje over gemaakt en verschillende praatjes over gehouden, dus ik zat al wat in de materie. En het was trouwens niet de eerste keer dat ik een bedrijfsgeschiedenis heb geschreven: bij het 75-jarig bestaan van Woningbouwvereniging De Dageraad, lang, lang geleden mijn werkgever, was ik ook al eens de archieven en de jaarverslagen ingedoken. 

Het is gewoon erg leuk werk – stapels archieven doorworstelen op zoek naar een goed verhaal. Uitgangspunt bij het boek was – voor mij althans – dat het ook lekker leesbaar moest zijn én vooral met heel veel afbeeldingen.

Er zijn heel veel ziekenhuizen die hun geschiedenis hebben beschreven. Frisius MC is een samenstelling van niet minder dan zes ziekenhuizen: drie in Leeuwarden, twee in Harlingen, een in Heerenveen. Dat maakte de klus extra interessant en ook wel iets gecompliceerder.

Mag ik nog eens benadrukken dat het archiefwezen in dit land van een hoog niveau is, én dat allerlei archieven zich beijveren om stukken digitaal beschikbaar te maken? De website van Historisch Centrum Leeuwarden was onder meer voor de foto’s een belangrijke bron voor de geschiedenis van de Leeuwarder ziekenhuizen. Ook veel ander archiefmateriaal is online te vinden.

Je komt al schrijvende de meest bizarre zaken tegen: patiënten die weken- en wekenlang in het ziekenhuis verblijven – die vandaag de dag misschien alleen de polikliniek zouden bezoeken. Arbeidsomstandigheden die naar huidige maatstaven volkomen onvoorstelbaar zijn. Primitieve en onhygiënische toestanden in de 19e eeuw. Vrijgevestigde artsen en confessionele ziekenhuizen die elkaar om het leven beconcurreerden (en niet op kwaliteit). Behandelmethoden die gelukkig verdwenen zijn zoals de lighal voor TBC-lijders. Eén bizar feit werd de titel: ‘opereren in de bestuurskamer’. Dat was in het Stadsziekenhuis in Leeuwarden ooit werkelijkheid. De bestuurskamer werd in de 19e eeuw ook voor een handvol ‘operatiën’ per jaar gebruikt.

Het is een kloek boek geworden, maar als je de fusieperikelen, willige en onwillige bestuurders, hardwerkende verpleegkundigen, innovatieve artsen, verbouwingen en verbeteringen, bijzondere behandelmethoden en nog veel meer echt recht wil doen, dan kun je alleen al voor Frisius MC een middelgrote encyclopedie vullen. En het moest wel leesbaar en handzaam blijven. Dus ik moest keuzes maken.

Wat viel verder op? Het feit dat je een geschiedenisboek schrijft waarbij je een deel van die geschiedenis – de laatste ruim 30 jaar – zelf hebt meegemaakt. De hulp van zeer velen: bij het samenstellen van het boek, het regelen van foto’s, het proeflezen, en vooral het vertrouwen van de kant van de Raad van Bestuur van Frisius MC. In het bijzonder gewaardeerd: de samenwerking met Willemijn van Dam en andere (oud-)collega’s van de communicatieafdeling van Frisius MC, met vormgeefster Christien Munters, met Bert Dekker van Dekker Creatieve Media & Druk. Het maakte het hele proces tot een bijzondere ervaring – bekroond met het moment dat je het eindproduct in handen krijgt, en vooral de boekpresentatie op 10 december, in het Leeuwarder stadhuis, met bestuursvoorzitter Erica Schaper van Frisius MC, locoburgemeester Gijs Jacobse en andere hoofdrolspelers in de totstandkoming van het boek. 

Ik hoop maar dat veel lezers het boek net zo leuk gaan vinden als ik.

De boeken zijn vanaf dinsdag 16 december 2025 verkrijgbaar bij onderstaande adressen; een zeer significant deel van de opbrengst uit de verkoop gaat naar de Stichting Vrienden van Frisius MC, die mooie dingen voor patiënten doet. Daar word ik extra blij van! 

  • Boekwinkel Boek & Zo in Frisius MC Leeuwarden
  • Brasserie Z!N in Frisius MC Heerenveen
  • Boekhandel Binnert Overdiep Heerenveen
  • Van der Velde Boeken Leeuwarden, Harlingen, Dokkum, Drachten en Sneek 
  • Historisch Centrum Leeuwarden

[Foto: vlnr Bert Dekker van Dekker Creatieve Media & Druk, Erica Schaper, bestuursvoorzitter Frisius MC, Gijs Jacobse, locoburgemeester, Frits Mostert, auteur, Christien Munters, vormgever Projectkracht C, Willemijn van Dam, Bedrijfskundig Manager Communicatie en Marketing Frisius MC.]

Share

De Dageraad

Het woningcomplex van De Dageraad in Amsterdam-zuid, van architecten Michel de Klerk en Piet Kramer, is een van de mooiste voorbeelden van de architectuur van de Amsterdamse School. Golvende daken, torentjes op het centrale plein, verticale vlakken dakpannen, allerlei soorten baksteen in de meest uiteenlopende metselverbanden en zelfs de voegen hebben een kleur die overeenstemt met de kleur van de baksteen. Je komt ogen tekort.

Het was het eerste woningproject van de Amsterdamse Woningstichting De Dageraad. In 1922 was het complex voltooid – op een terrein en een stratenplan dat oorspronkelijk bedoeld was voor een ziekenhuis. 

Ik ken het nog uit de tijd dat ik werkte bij de Amsterdamse Woningbouwvereniging De Dageraad, van 1983 tot 1991. Ik was daar onder meer verantwoordelijk voor communicatiezaken. 

Mijn Dageraad-ervaring van vele jaren geleden was voor mij ook een reden om het Dageraadmuseum te willen bezoeken dat sinds enkele jaren in een van de oorspronkelijke winkelpanden is gevestigd. Het is een dependance van het grotere museum in dat andere toonaangevende Amsterdamse Schoolcomplex: Het Schip. Prijzenswaardig detail: op het museum in de Burgemeester Tellegenstraat hangt de rode vlag aan de vlaggenstok. De Dageraad was immers sterk geworteld in de sociaaldemocratie. 

Het museumpand zelf is betrekkelijk klein – informatie over de architecten, over Plan Zuid (ontworpen door Berlage) en dergelijke. Er is een aardig ingerichte kamer in de stijl van rond 1925. 

Het eigenlijke museum, hield de (vrijwillige) gids ons  voor, is veel groter dan het winkelpand: namelijk het woningcomplex zelf. En daar had-ie gelijk in. Tijdens een rondleiding wees hij het groepje geïnteresseerden in zijn kielzog vol enthousiasme  op de bijzondere details waarmee de architecten de volkswoningbouw naar een hoger plan wilden tillen en een bijzonder esthetisch geheel creëerden. Balkonnetjes die nauwelijks méér zijn dan een fraaie architectonische toevoeging, ze zijn niet echt functioneel. Uitbouwen die de aanblik van het complex completeren, maar waarvan je je afvraagt of de bewoner die überhaupt kan gebruiken. Op de nok van een van de daken: de haan die de rode dageraad kraait, die je ook ziet in het logo dat de architecten ontwierpen voor de woningstichting. Golvende baksteenelementen, erkertjes in trappenhuizen en uitkragingen die er eigenlijk alleen maar voor het mooi zijn. Het Rijksmonument (sinds 1974) wordt uiteraard gewoon bewoond. 

Ik dacht dat ik wel wat van het complex van De Dageraad afwist, maar een deskundige gids  biedt absoluut meerwaarde en laat je zaken zien die je anders misschien volstrekt zou missen. Zoals het bibliotheekgebouw (‘leeszaal’) in de Coöperatiehof, ter verheffing van het volk.

Ik heb voor de zekerheid nog eens de geschiedenis  van De Dageraad nagelezen die ik in 1991 schreef bij het 75-jarig bestaan van De Dageraad. Hier als download (pdf, ca. 7 mb), zie pagina’s 5-10.

Share

Een schitterende mislukking

Als je in Noord-Frankrijk rondreist met de camper ontkom je er als goedwillende toerist niet aan om een of meer gotische kathedralen te bezoeken. Het noorden van Frankrijk is een streek waar de gotische bouwkunst zijn absolute hoogtepunt bereikte. Middeleeuwse bisdommen beconcurreerden elkaar: wie zou de mooiste, grootste, rijkst versierde kathedraal kunnen bouwen?

Bij een bezoek aan zo’n kathedraal duizelt het je soms van de hoogte, de luchtbogen, het gebrandschilderd glas, de eindeloze hoeveelheid beelden, de omvang van het bouwwerk dat met veel vakmanschap maar met middeleeuwse gereedschappen tot stand werd gebracht. Geen wonder dat er soms eeuwen aan werd gebouwd – maar dan heb je ook wat.

Gelukkig hebben de meeste kathedralen de tands des tijds, oorlogsgeweld en soms ondeskundige restauraties redelijk goed overleefd. Soms zie je nog een middeleeuwse bezuinigingspost in beeld: bijvoorbeeld twee torens van verschillende hoogte.

In veel gevallen is de gotische kathedraal de vervanger van een eerder bouwwerk dat er nu uiteraard niet meer is. 

In de stad Beauvais hebben ze een vrij unieke situatie. Men wilde de hoogste gotische kathedraal van de hele streek bouwen, als vervanging van een romaanse kerk uit de tiende eeuw. Ze begonnen met het koor van de kerk. Het oude romaanse kerkje bleef zo lang nog in gebruik. En, ere wie ere toekomt, het koor is qua hoogte onovertroffen. Alleen – in 1284, dus niet zo lang na de voltooiing van het koor in 1272, stortte een deel in en was herstel nodig. 

Ook de toren moest hoger worden dan alle andere. Omdat de kerk eigenlijk nog maar half af was, werd een vieringtoren gebouwd, op de kruising van koor en transept. Een toren die meer dan 150 meter hoog is geworden. Ook de toren, voltooid in 1569, was maar een vrij kort leven beschoren – na vier jaar stortte de toren in.

In 1573 gooiden de bouwers de handdoek in de ring.
Aan het schip van de kerk, die de hoogste, grootste en mooiste in zijn soort had moeten worden, zijn ze nooit echt toegekomen.
En dat resulteerde in een bijzondere situatie.
Op de plaats waar het schip van de kerk had moeten komen staat nu nog steeds een deel van het tiende-eeuwse romaanse kerkje waarvoor de machtige gotische kathedraal in de plaats zou komen. En dat leidt tot het bizarre beeld van een eenvoudig stokoud kerkje, een bouwkundige dwerg, dat aansluit op het reusachtige, misschien wel meest indrukwekkende gotische koor van de wijde omgeving.

En zelfs het interieur van dat indrukwekkende gotische koor wordt ontsierd door enorme houten stutten. Er zit werking in het gebouw, ontdekte men aan het einde van de 20e eeuw.

Er is een filmpje op YouTube dat het mooi laat zien. 

Share

Hortillonnages

De stad Amiens beschikt over een fraaie gotische kathedraal, een binnenstad met pittoreske doorkijkjes, een prachtig museum en het woonhuis van de auteur Jules Verne. Een toeristentrekker van een wat ongewoner soort bevindt zich pal naast het centrum: de hortillonnages.

Een complex van vele tientallen eilandjes. Deels zijn ze ingericht als volkstuintje, met bloemen en groenten en fruit, andere echt als moestuin en bij sommige laat de onderhoudstoestand te wensen over, met een groene oase als eindresultaat.

Je kunt rond de tuintjes fietsen of wandelen, maar dat geeft maar een heel beperkt beeld. Het merendeel van de eilandjes is uitsluitend over water te bereiken. Voor een tientje kun je ook worden rondgevaren; en zo kom je op plaatsen binnen dit eilandenrijk waar je te voet echt niet komt. Een gids neemt je mee op een platboomde fluisterschuit die een replica is van de schuiten waarmee de tuinders in het verleden hun waren naar de markt brachten. 

Watervogels, wilgen en soms bijzonder bloemrijke tuinen trekken aan je voorbij op zo’n tocht. Het water is glashelder en de vissen zwemmen rond de boot. De geluiden van de stad dringen er niet door, uitgezonderd de klokken van de kathedraal, een kilometer verderop. En de sirenes van de hulpdiensten. 

Share

Een kalksteengrot

Het plaatsje Naours in Noord-Frankrijk afficheert de plaatselijke bezienswaardigheid als ‘ondergrondse stad’. Dat is nogal een overstatement voor het overigens bijzonder boeiende complex van kalksteengrotten.

De kalksteenwinning, begonnen voor de 15e eeuw, had vooral als doel om landbouwgrond met de kalk te verbeteren. Allengs werd het aldus ontstane complex zo groot dat het hele dorp er in kon schuilen in tijden van nood. Er waren verblijfsruimten gecreëerd voor mensen en dieren, een kapel, een feestzaal en andere ruimten die een redelijk comfortabel verblijf ondergronds mogelijk moesten maken.

De plaatselijke abt, ene Danicourt, had belangstelling voor de archeologie. Hij vond de ingang van de in de loop der jaren in de vergetelheid geraakte grotten terug aan het einde van de 19e eeuw, en maakte het complex toegankelijk voor publiek. Hij mocht belangstellenden graag zelf rondleiden – bij kaarslicht, en organiseerde er zelfs een ondergronds internationaal archeologisch congres. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog namen militairen het complex in gebruik en krasten hun namen in de zachte steen. In een kleine expo heeft men een flink aantal van die aangetroffen namen uit de Eerste Wereldoorlog weten te combineren met een foto van de militair in kwestie, met een beschrijving van de militaire loopbaan. 

De rondleiding door Abt Danicourt is overgenomen door de vriendelijke damesstem van een audiotour, met een mild Vlaams accent. Bezoekers krijgen niet alleen een audiotour, maar ook een helm: geen overbodige luxe, want sommige doorgangen in de grotten zijn erg laag. 

Het grottencomplex wordt gecompleteerd door een expositie van oude ambachten; buiten is er voor kinderen nog een klimbos.

Share