Gruwel op wielen

U kent ze wel. Een soort janplezier. Een aantal open wagentjes met bankjes er in. Met een trekkend voertuig ervoor, dat in de verte doet denken aan een bar slechte karikatuur van een stoomlocomotiefje. Toeristen worden er overal ter wereld mee langs bezienswaardigheden gereden.

Ik heb gemengde gevoelen bij dergelijke toeristische voertuigjes.

Ze zijn geen kandidaat voor de originaliteitsprijs – al is dat ook het ergste niet. Maar die locomotiefjes! Vaak wordt het zicht van de bestuurder op het overige verkeer in belangrijke mate gehinderd door een schoorsteentje dat geen enkele functie heeft. Sommige exemplaren zijn voorzien van een elektronisch tsjoek-tsjoekgeluid en elektronische stoomfluit, mogelijk om de malle vorm van de trekker enige kracht bij te zetten.

Ondanks de halfslachtige pogingen van de ontwerper heeft zo’n ding namelijk net zo veel overeenkomsten met een stoomlocomotief als een aardappel met een aardbei.

Dát zou allemaal nog zo erg niet zijn. Maar, let er maar eens op, als u op reis zo’n treintje tegenkomt. Er lijkt wereldwijd maar één bestuurder te zijn voor al die treintjes. Een gemelijke man van onbestemde leeftijd. Hij bestuurt de combinatie met vaardige hand, daar niet van, maar kijkt alsof hij óveral ter wereld liever zou zijn dan op de bok van zo’n toeristentreintje. Maar uitgerekend híj moet het ding besturen. Zo heeft het lot beslist.

De passagiers kijken trouwens ook zelden blij.

Het werd het mooist verbeeld in de klassieke reclamespot waarin wijlen Gerrit Komrij in de toeristenplaats Salou heeft plaatsgenomen in zo’n rijdende toeristenattractie. Volstrekt ontheemd ondergaat hij het gebodene.

Een gruwel op wielen. Nee, mij krijg je er niet in.

Share

Sardinië

Nuraghe Su Nuraxi, Sardinië

Wij wisten het niet tevoren, maar in Sardinië struikel je zowat over de monumenten uit de bronstijd. De Nuraghencultuur, van ca 1900 tot 730 BCE heeft zijn sporen in het landschap achtergelaten. Met name in de vorm van Nuraghen, torens van gestapelde stenen. Metersdikke muren, de resterende hoogte van de ruïnes vaak nog vele meters. Er zijn er zo’n 3000 nog duidelijk zichtbaar in het landschap aanwezig; er zijn resten van zo’n 7.000 stuks bekend. Daarnaast zijn er heiligdommen, veelal in de vorm van ondergrondse bronnen. De Nuraghiërs hadden een watercultus. In de musea zijn bronzen en andere beeldjes van de Nuraghiërs te vinden. Bepaald geen primitieve kunst. Maar geschreven historische bronnen ontbreken.

De grootste Nuraghe, bij het dorp Barumini, bestaat uit een imposante hoofdtoren, vier zijtorens, een ringmuur met zeven bastions en fundamenten van een dorp. Een bezoek aan Sardinië is niet compleet zonder dit monument, Su Nuraxi, te bezichtigen.

Dit complex uit de bronstijd is onderzocht sinds 1951. De meeste Nuraghen, althans de imposante ruïnes, zijn amper te missen, maar tot de jaren 30 van de vorige eeuw was er van dít monument niets te zien. Een heuvel met bomen, stenen en gras, zoals er in dit landschap zo veel zijn. Niks bijzonders. Alleen in de naam van het heuveltje kwam een woord voor dat gebruikt wordt voor de verdedigingstorens van de Nuraghiërs.

Professor Giovanni Liliu startte op basis van deze naam een opgraving op de plaats van de onbeduidende heuvel. En legde vervolgens in de jaren ’50 het grootste bronstijd-complex van Sardinië bloot. In een naburig bezoekerscentrum zijn foto’s van de opgraving te zien, er zijn bezittingen van de professor tentoongesteld, waaronder de Rolleiflex waarmee hij de opgraving vastlegde.

Het bronstijd-complex bij Barumini is nu werelderfgoed. Voor professor Liliu moet de ontdekking van het complex de uitkomst van een jongensdroom zijn geweest.

Meer foto’s van onze reis naar Sardinië: klik hier!

Share

Sint Thomas

Lees eens wat ánders, mensen. Nee echt. Zoals het boek “Itinerario” van Jan Huygen van Linschoten. In een notendop: Jan Huygen woonde van 1579-1589 in India. In zijn boek beschrijft hij de landen en volkeren van Oost-Azië, en vooral: de reisroute. De informatie ontleende hij aan Portugese bronnen. Met deze informatie konden Nederlanders ook de reis naar de Oost ondernemen en daarmee schiep Jan Huygen een belangrijke voorwaarde voor de oprichting en het succes van de Verenigde Oostindische Compagnie.

Uiteraard zijn de beschrijvingen van de landen, plaatsen, volken en gebruiken in onze hedendaagse ogen soms bizar. Je krijgt ook een goed beeld van wáár je de beste specerijen, textiel en andere handelswaar kunt verkrijgen. Je moet een beetje door de 16e-eeuwse kriebelletters en het archaïsch taalgebruik ploeteren, maar soms vind je een pareltje.

Zoals het verhaal van Sint Thomas. Ik laat het hieronder volgen, voor het leesgemak geredigeerd en ‘vertaald’ naar hedendaags Nederlands. In het boek zelf opent hoofdstuk 15 er mee, op pagina 19-20. Het origineel is gratis te lezen op Google Books.


“Hoofdstuk 15: Van de kust van Coromandel en het koninkrijk Narsinga, of Bisnagar.

De kust van Coromandel begint op de hoek van Negapatan, en strekt zich uit naar het noordoosten tot de plaats Musulepatan. Tussen deze twee plaatsen ligt een plek die Sint Thomas wordt genoemd. In deze plaats en in Negapatan wonen Portugezen. Ze hebben hier langs de hele kust hun handelsposten. Sint Thomas was in vroeger tijden een zeer vermaarde en rijke koopstad, die Meliapor heette. Het was de hoofdstad van het koninkrijk Narsinga. Waarom heet deze plaats Sint Thomas? De Indiërs vertellen dat in de tijd dat de apostelen over de wereld uitzwierven om het evangelie te preken aan alle naties op aarde, dat de apostel Sint Thomas naar het koninkrijk Narsinga kwam, nadat hij grote delen van India was doorgetrokken. Hij predikte het woord van onze Here en zaligmaker Jezus Christus aan de Indiërs en de ongelovigen. Maar erg veel leverde dat niet op. Van de mensen die de apostel tot het geloof bekeerde zijn er nog steeds veel. De Portugezen troffen ze hier aan toen ze het land ontdekten. Ze hielden hun godsdienstoefening op een manier die lijkt op de Grieks-orthodoxe wijze, in het Chaldeeuws. Ze willen zich in geloofszaken niet mengen met de Portugezen.

Men zegt dat de apostel Thomas lange tijd predikte in het koninkrijk Narsinga, maar zonder veel succes. De Brahmanen, de geestelijken van de pagodes, met hun valse en duivelse afgoden, deden alles om Sint Thomas tegen te werken.

Zo gebeurde het dat Sint Thomas aan de koning toestemming vroeg om een kapelletje te bouwen om zijn gebeden te kunnen zeggen en het volk te kunnen onderwijzen. Dat werd hem geweigerd, door de invloed van de Brahmanen en andere tovenaars waar ze in vertrouwen.

Toen heeft God er voor gezorgd dat er een grote boom vast kwam te zitten in de monding van de rivier van de stad Meliapor, zodat er geen enkel schip meer in of uit kon. Daardoor leed de koning grote schade, de handel kwam geheel tot stilstand. De koning probeerde met alle middelen om de boom weg te laten halen. Driehonderd olifanten probeerden de boom eruit te trekken, maar tevergeefs. De koning zag dat hij het obstakel op geen enkele manier kon weghalen. Ook zijn Brahmanen en tovenaars wisten hem, met al hun bezweringen, geen enkele goede raad te geven. De koning was erg bedroefd en loofde een grote beloning uit voor degene die het wél zou lukken de boom weg te halen.

Toen ging de apostel Sint Thomas naar de koning, en zei hem dat hij het wel alléén wilde proberen. Hij hoefde er niets voor te hebben – hij wilde alleen het hout van de boom, om een kapelletje van te bouwen. De koning en zijn Brahmanen bespotten hem en lachten hem uit. Maar Sint Thomas nam zijn gordel en bond die aan de boom, waarna hij deze zonder enige inspanning uit het water trok, tot grote verwondering van alle toeschouwers. Vooral de koning was verbaasd; en hij stond Sint Thomas onmiddellijk toe het kapelletje te bouwen van het hout van de boom. Door dit mirakel werden velen gedoopt en namen het Christelijk geloof aan.

De Brahmanen verloren zo veel gezag bij het volk. Ze waren erg jaloers op Sint Thomas en ze probeerden hem met een list om te brengen. De apostel werd van achter neergestoken toen hij op zijn knieën in zijn kapelletje in gebed was.

Dit verhaal is in veel kerken in Indië afgebeeld. En om mensen te herinneren aan deze schanddaad, zo zegt men, zijn de nakomelingen van degenen die hem gedood hebben vervloekt. Ze worden geboren met één onderbeen dat zo dik is als dat van een olifant. Het andere been en het lijf zien er gewoon uit. Ik heb ze veel gezien, zowel mannen als vrouwen, want er zijn hele families en dorpen van.”


Het is natuurlijk een prachtig verhaal; veel te mooi om waar te zijn. Maar tot op de huidige dag is er in Madras een kerk gewijd aan Sint Thomas. Hij ligt er begraven en men bewaart ook de spies waarmee hij volgens de overlevering werd doorstoken. Op het nabijgelegen St Thomas Mount staat een kapel, de plaats waar de heilige aan zijn einde zou zijn gekomen. De Thomaschristenen blijken nog steeds een kerkelijke stroming te zijn.

Ja mensen, lees eens wat anders…

Share

Een misleidend telefoongesprek

In dit blog schreef ik meer dan eens over acquisitiefraude. De fraudeurs bedienen zich van allerlei manieren om hun ‘klanten’ geld af te troggelen. Een welhaast klassieke werkwijze, in mijn ervaring al zo’n 25 jaar populair bij acquisitiefraudeurs, is een belscript waarin een leugen over een bestaande relatie wordt verteld. Op 12 maart 2018 had ik er weer eens één aan de lijn.

De acquisiteur had de pech om mij aan de telefoon te treffen. Aangezien ik dit soort gesprekken opneem op geluidsdrager, kunt u nu gedetailleerd kennismaken met deze werkwijze. Letterlijke transcriptie, mijn commentaar in de voetnoten.

Hoe werkt de misleiding? Wie akkoord gaat met de ‘standaardvermelding’ loopt de kans vast te komen zitten aan een nieuwe overeenkomst. De ‘voorgaande periode’ waarover wordt gesproken, bestaat in werkelijkheid niet en er zijn geen eerdere afspraken. Het bedrag van 195 euro kán een maandbedrag zijn, maar dat wordt in dit gesprek niet duidelijk.

Zo’n telefoongesprek wordt in mijn ervaring opgevolgd door een misleidend ‘opdrachtformulier’ of een controlegesprek waarmee de nietsvermoedende klant definitief in de fuik terechtkomt. De acquisiteur heeft, in dit geval begrijpelijk, afgezien van een verder vervolg op deze poging.


Frits: Goedemorgen, Frits Mostert, communicatie

Zorggids: Eh goedemorgen, u spreekt met [persoonsnaam om privacyredenen niet vermeld]. De reden dat ik even contact zoek inzake de vermelding van Medisch Centrum Leeuwarden voor in de Zorggids Leeuwarden. (1) Voorgaande periode was aangegeven niet uitgebreid te willen adverteren, door mede hoge kosten. (2) Toen was de standaardvermelding 195 euro voldoende. Nu is mijn vraag of deze periode wel ruimte is om uitgebreid te adverteren of dat de standaardvermelding voldoende blijft. (3)

Frits: Weet u met wie u die afspraak heeft gemaakt van die standaardvermelding, destijds? (4)

Zorggids: Dat eh, dat weet ik niet.

Frits: Oh dat is jammer. Ehh, nee, nou, kijk, we zwemmen niet in het budget dus we moeten er toch een beetje zuinig mee zijn, dus ik ben niet geneigd om te zeggen om het, om nou iets uit te breiden, nee. (5)

Zorggids: Is goed, is goed. Dan koppel ik dat terug naar de administratie. (6)

Frits: En van welke gids was u ook maar weer? (7)

Zorggids: Van de Zorggids.

Frits: Eh ja welke Zorggids, er zijn er zoveel…

Zorggids: Zorggids Leeuwarden

Frits: En waar vind ik die? Is dat een papieren uitgave?

Zorggids: Nee, dat is een online uitgave.

Frits: En wat is het webadres dan?

Zorggids: Dat kan ik u niet zo even een-twee-drie… (8)

Frits: Ja u probeert mij iets aan te bieden voor een Zorggids Leeuwarden en u weet niet waar dat op internet te vinden is. Dat is een beetje wonderlijk, vindt u dat ook niet?

Zorggids: Ja, ja…

Frits: Ja, dat vind ik heel wonderlijk. En u komt bovendien met een heel verhaal dat wij al uitgebr… dat wij er al in stonden voor 195, dat wij die afspraak al hadden… Die afspraak hadden we niet want heel die zorggids die kennen we niet. We houden hier wel bij waar we instaan meneer…Dus ik heb het idee dat u mij iets op de mouw probeert te spelden voor 195 euro. (9)

Zorggids: Neeneenee, dat is niet de bedoeling!

Frits: Nee dat is zéker niet onze bedoeling, dus ik ga uitpluizen wie achter deze… als u niet eens het webadres van uw website kunt geven dan krijg ik daar een heel raar gevoel bij.

Zorggids: Meneer, ik wens u nog een fijne dag verder…

Frits: Dat wens ik u ook…

Zorggids: En excuses voor het ongemak.

Frits: Er volgt melding bij het Steunpunt Acquisitiefraude (10). Ik wens u een plezierige dag.


1) De naam Zorggids Leeuwarden klinkt vaag vertrouwd.

2) Er wordt een eerdere afspraak gesuggereerd en dat we wegens hoge kosten hebben afgezien van duurder adverteren. Klinkt vertrouwenwekkend, is louter leugen.

3) Er wás geen eerdere standaardvermelding. Je krijgt dus in een cold-calling acquisitiegesprek de keuze uit verlenging van de standaardvermelding (die je helemaal niet had) of adverteren (waarover wordt gelogen dat je dat in de niet-bestaande vorige periode niet wilde wegens de hoge kosten).

4) Ik voelde al meteen op mijn klompen aan welke kant het opging. De eerste poging om zo’n verkoper van z’n à propos te brengen is vragen naar de eerdere contactpersoon. Omdat die niet bestaat is dat een lastige vraag…

5) Zeg nóóit dat de standaardvermelding akkoord is, want dan heb je kans dat je voor 195 euro of meer het schip in gaat.

6) In die administratie komen we nog niet voor…

7) Poging om de identiteit van het bedrijf met zekerheid te achterhalen. In dit geval helaas niet geslaagd.

8) Deze acquisitiemedewerker is duidelijk niet het scherpste potlood uit de doos. Jammer, want nu weet ik niet met zekerheid wie er achter ‘Zorggids Leeuwarden’ zit.

9) Ik had van meet af aan al het idee dat ik een acquisitiefraudeur aan de lijn had. Altijd aardig om dan het masker te laten vallen…

10) In de haast ook nog vergeten dat het al een paar jaar Fraudehelpdesk heet…

[Foto: Rainer Sturm / pixelio.de]

Share

Nepnieuws!

Een boze burger belandt via een omweg in mijn twittertijdlijn. ‘Zo worden EU-parlementariërs slapend rijk… Weg met EU!’

Alles in schreeuwerige hoofdletters. Met foto’s van slapende vergaderaars, om deze ernstige misstand aan de kaak te stellen.

Ik kan de manier van redeneren niet zo volgen. Er is echt wel wat op de EU aan te merken, maar intussen brengt de EU ons al zeventig jaar vrede en welvaart. Het sterkste economische samenwerkingsverband ter wereld, waar de Nederlandse economie aantoonbaar de vruchten van plukt. Door tegenstanders afgeschilderd als dictatoriale moloch, maar intussen democratischer dan veel van de clubjes die ‘weg met de EU’ roepen. Met 28 landen, 28 regeringen, 28 nationale parlementen, de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europarlement is de besluitvorming weliswaar complex, maar zeer gedegen. De EU kan niets besluiten zonder instemming van de lidstaten. Leest u zich maar eens in.

De bewering dat Europarlementariërs tonnen verdienen klopt ook al niet. Nog geen ton per jaar, net iets meer dan Tweede Kamerleden. Een keurig inkomen voor een hardwerkende parlementariër..

En wie zijn de slapende ‘Europarlementariërs’ op de foto’s dan wel? Zoals altijd: Google is onze vriend.

Het bericht is inmiddels meermalen geretweet en boze reageerders zijn het met de afzender eens. ‘Allemaal vergassen,’ meent één reageerder zelfs.

Ik ben zo beleefd geweest de identiteit van de twitteraar te blurren. Zijn politieke voorkeur is, aan zijn twittertijdlijn te oordelen, populistisch rechts. Wat me zorgen baart is vooral hoe deze twitteraar en vele anderen, klakkeloos en kritiekloos deze baarlijke nonsens verspreiden.


Foto:

Share

Spreekbeurt

Menigeen zal met gemengde gevoelens terugdenken  aan het fenomeen ‘spreekbeurt’. De lagere school die ik bezocht deed niet aan spreekbeurten. Je leerde vooral luisteren. Spreekbeurten waren er pas op de middelbare school. 

Mijn eerste spreekbeurt deed ik in de brugklas, samen met een klasgenoot. Het onderwerp: antieke auto’s. Wij wisten er eigenlijk niet zo veel van. Gewapend met een kleurrijk autoboek uit de openbare leeszaal bereidden wij het voor. In mijn herinnering hebben we, strak van de spanning,  klasgenoten verveeld met mededelingen over aantallen cilinders en boring en slag van de eerste auto’s, informatie die mijn hart tot op de huidige dag niet sneller doet kloppen. 

Mijn bedrevenheid in het spreken in het openbaar is gelukkig wel wat doorontwikkeld sinds die tijd. Het plezier erin ook. 

Een collega tagde me op Facebook, zo van ‘iets voor jou’? De tag hoorde bij een bericht van Explore-the-north, een cultureel festival in Leeuwarden. Dit jaar organiseert men als onderdeel van Lân fan Taal en  de Culturele Hoofdstad een heus spreekbotenfestival en daar waren kandidaten voor nodig. Spreekbeurten op een boot, vandaar een festivalnaam met een kwinkslag. 

Om een lang verhaal kort te maken: in de avond van 3 februari 2018 houd ik een spreekbeurt van een half uur op een boot in de Prinsentuin in Leeuwarden. Er zijn aardig wat onderwerpen waarover ik een halfuurtje zou kunnen bomen, maar om het lokaal te houden heb ik gekozen voor de geschiedenis van de Leeuwarder ziekenhuizen. 21.00 uur, Salonboot Gaasterland aan de Prinsentuin. Kosteloos. Wie komen wil, die kome! 

Share

Trap er niet in

Schijnbaar heeft iemand uit mijn naam, met mails afkomstig van mijn mailadres, geprobeerd om mensen om de tuin te leiden.

Voor alle duidelijkheid: nee, ik heb geen grote geldbedragen weg te geven. Kennelijk is mijn mailadres ‘gespoofd’. Heeft u zo’n mail ontvangen? Advies: reageer niet, klik niet op de link, en verwijder altijd e-mails die te mooi lijken om waar te kunnen zijn.

(Foto: Marc Boberach / pixelio.de)

Share

Onuitroeibaar fenomeen

Het fenomeen lijkt onuitroeibaar. En ik maak me er boos om.

Waar heb ik het over? Het telefoontje dat ik vorige week kreeg van een firma met een dure naam in Amsterdam*). Aan de Zuidas. Een jongeman aan de lijn – zo te horen een callcenter. Of onze organisatie wel wist dat ons webadres door een ander was geclaimd, maar dan met de Belgische extensie .be? Wij wisten van niets. De beller meende dat de gevaren van omzet- en reputatieschade op de loer zouden liggen. Maar gelukkig had de firma de oplossing ook voorhanden. Als we gebruik zouden maken van ons ‘eersteregistratierecht’ dan zouden we de kaper op de kust te snel af zijn. En dat konden ze wel voor ons regelen. Alleen, omdat het dan ging om intellectuele eigendom, werd het .be-domein meteen voor tien jaar van ons. Voor 29,50 per jaar. Een offerte via de mail kon niet – het moest telefonisch. En snel.

De adder zat niet eens ònder het gras maar was duidelijk in beeld. Zelden heeft een verkoper zo omslachtig zulke misleidende wartaal op mijn mouw proberen te spelden. Want een ‘eersteregistratierecht’ bestaat domweg niet voor domeinnamen. Iedereen kan zonder meer een beschikbaar .be-domein claimen, en je kunt het per jaar opzeggen. Zo’n domein kost niet veel meer dan gemiddeld 12 euro per jaar. En een domeinnaam is een gebruiksrecht, geen (intellectueel) eigendom. Kortom: domeinnaamfraude. Onder valse voorwendselen een veel te duur webadres voor een veel te hoge prijs aansmeren.

Ik heb gereageerd met een heel boze brief, vooral om te voorkomen dat de firma het zelfde valse kunstje zou flikken bij andere bedrijfsonderdelen van onze organisatie. En omdat ik een opname van het gesprek heb gemaakt, kunnen ze maar moeilijk om de feiten heen.

De eigenaar van de firma, volgens eigen zeggen in een flexibele kantooroplossing aan de  luxe Zuidas, bleek in Groningen te wonen, in een bovenwoning in de binnenstad. De provincie Groningen heeft min of meer het patent op acquisitiefraude – heel merkwaardig is dat.

Maar wat me het meest verbaast: elke dag gaan er mannen en vrouwen naar hun werk in dit soort callcenters in de wetenschap dat hun werkdag zal worden gevuld met het glashard voorliegen van prospects. De eigenaar van de firma zal het belscript wel hebben gemaakt. En ze verdienen met hun malafide bluf vermoedelijk genoeg om het lucratief te laten zijn.

Dit soort acties is sinds enige tijd strafbaar en de bewijslast is omgekeerd. Maar dan nog: bedrog lijkt nog immer te lonen.

[Foto: REK/Pixelio.de]

*) Ik noem geen naam, want merkwaardig genoeg kun je dan voor smaad(!) worden aangeklaagd…

Share

Kleedingmagazijn

Op de een of andere manier zijn houten kledinghangers artefacten die van generatie op generatie overgaan. Ze hebben zelfs soms een beetje een persoonlijkheid. Want vooroorlogse kledingwinkels drukten duidelijk naam, adres en telefoonnummer af. In onze collectie onder meer exemplaren van het reeds lang verdwenen Kleedingmagazijn ‘De Gunst’ in Den Haag, kledinghangers van (voluit) C&A Brenninkmeijer (ook voor heerenkleeding) – dat werk.

Een tijdje terug overleed mijn schoonmoeder op 90-jarige leeftijd. Verdrietig natuurlijk. Haar huisje hebben we leeg opgeleverd aan de woningbouwvereniging en zoals dat gaat – in de boedel vind je toch altijd wel onverwachte zaken.

Zo vonden we een houten kledingborstel met de naam van een kleermaker in Dordrecht. Een beetje in de stijl van die kledinghangers. L.J. Schreuders & Zoon, Kleeding naar Maat. Moeilijk te zeggen hoe oud het ding is, maar een datering in het interbellum lijkt een goede gok. Telefoonnummer van vier cijfers. Op het adres herinnert volgens Google Streetview nu niets meer aan een kleermakerij. Maar het is een grappig borsteltje. Met – merkwaardig – een scharniertje.

 

 

Want, net als de Transformers uit de tekenfilm blijkt de borstel in een oogwenk te kunnen veranderen: het is namelijk óók een kledinghanger. Een ding met een dubbelfunctie. We zouden het nu een gadget noemen of wie weet een live hack, vernuftig is het zeker. En zo leven kleermakers L.J. Schreuders & Zoon, en al die andere kleedingmagazijnen voort in hedendaagse garderobekasten.

Vooroorlogse kwaliteit? Dat begrip gaat zéker op voor ogenschijnlijk onbetekenende zaken zoals kledinghangers. Onverwoestbaar!

 

Share

Een bijdrage aan de wetenschap

Kun je geheel onverhoeds worden geconfronteerd met deelname aan een wetenschappelijk onderzoek? Het was voor mij ook een hele verrassing, maar…

Laat ik bij het begin beginnen. Vorige week brachten mijn wederhelft en ik een vrij weekje door in een vakantiehuisje in Sint Maartensvlotbrug. Aan de Noord-Hollandse kust, niet ver van Schagen. En samen met de kleinkinderen. Gezellig!

Wat doe je in zo’n week? Lekker uitwaaien aan het strand, leuke dingen doen met de kleinkinderen, spelletjes, knutselen, uitstapjes. Niet ingewikkeld, gewoon erg leuk.

Ja maar dat wetenschappelijk onderzoek dan? Dat ligt soms op straat. Of, in dit geval: het liep op het strand.

In de late winter wordt het Noord-Hollandse strand nauwelijks bezocht door badgasten, maar flora en fauna zijn er natuurlijk wel. Er waren heel wat drieteenstrandlopers, een grappig vogeltje dat zijn voedsel zoekt waar de laatste golfjes het stand bereiken. Ze rennen in groepsverband mee op het ritme van de golven en pikken naar kleine diertjes die door de zee worden aangevoerd of die zich schuilhouden in het zand.

Eén strandloper trok mijn aandacht. Had die nou allemaal kleurige ringetjes om zijn poot, net als een ervaren festivalbezoeker? De beelden die ik van de vogel maakte lieten geen ruimte voor twijfel. (Geheel terzijde: mijn Panasonic Lumix FZ-200 heeft een zoombereik dat overeenkomt met een telelens van 600mm. Maar minder zwaar en minder duur, en bijna even goed als… Sorry, ik dwaal af…)

Een vogel heeft natuurlijk niet voor de lol allemaal ringetjes aan z’n poot. Een kleine googeltoer en enkele andere omzwervingen later kreeg ik een enthousiaste e-mail van de bevlogen projectleider van een wetenschappelijk onderzoek naar de drieteenstrandloper. (Op z’n, ongetwijfeld vrije, zaterdag!) Onder toevoeging van enkele artikelen deed hij mij het verzoek om de waarneming van de geringde strandloper in te voeren op een website. Kleine moeite…

Er is maar één strandloper met deze kleurencombinatie aan z’n pootjes. Daardoor weet  ik nu dat ‘mijn’ strandloper in de wetenschap de naam Y3RYGG draagt, op 5 augustus 2016 is geringd op Griend en daarna vaak op Griend, maar ook in Noordwijk, Katwijk en Schoorl is gesignaleerd.

Ik heb helemaal niks tegen vogels, maar ik hoor absoluut niet tot de ornithologische hobbyisten die gewapend met vervaarlijke telescopen hun waarnemingen in het veld doen en daarbij hopelijk ook bijdragen aan dit soort biologisch onderzoek. Ik ben meer een toevallige voorbijganger. Maar, zo schreef de projectleider: ‘De bijdrage aan de wetenschap van jou en andere “toeristen” is geen geringe. Ik ben er voor mijn gegevens voor een belangrijk deel van afhankelijk.’

Dat is dan toch mooi, dat je als gewone burger onverwacht aan wetenschappelijk onderzoek kunt meedoen.

Dus: zie je ooit een vogel met onalledaagse ringetjes aan zijn poot: noteer plaats, datum en tijdstip, maak een foto als het even kan… Google is je vriend, de onderzoeksinstituten verwijzen zo nodig wel door naar de juiste onderzoeker en vóór je het weet heb je je steentje aan de wetenschap bijgedragen. Mooi toch?

Share